Groen Nieuws
Image default

Biologisch vlees of anders geen vlees

Biologisch vlees of anders geen vlees

Biologisch eten wordt geproduceerd met respect voor de natuur, het milieu en de dieren. Zo worden er ook voor het voer van de dieren geen chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest gebruikt en krijgen dieren veel leefruimte en zelden antibiotica.

We hebben al veel blogs over biologisch vlees geschreven, maar ook nu nogmaals de aandacht van de nadelen van vlees in het belang van mens en dier.

Biologische vee-industrie?

Wereldwijd leeft ongeveer twee derde van de landbouwdieren in de intensieve veehouderij. De dieren groeien op in een systeem dat gericht is op snelle groei en hoge opbrengst en is daarvoor afhankelijk van granen en soja. Melkkoeien leven van nature van gras, maar in de vee-industrie krijgen ze veel granen en soja. Deze gewassen bevatten veel voedingsstoffen en kunnen ook direct door de mens gegeten worden. In plaats daarvan worden ze op grote schaal gevoerd aan de landbouwdieren.

De vraag naar biologisch voedsel

De vee-industrie draagt bij aan de ongelijke verdeling van voedsel in de wereld. Dat doet ze door granen, land en water af te pakken van mensen die het juist zo hard nodig hebben.

Honger

Ongeveer één miljard mensen lijden elke dag honger. In de westerse landen gaan er zeker zoveel mensen eerder dood door obesitas en aanverwante ziektes. De hongerdood is in sterk contrast met het overgewicht in de Westerse wereld, waarmee ruim 1,5 miljard mensen kampen. Om de wereldwijde honger en armoede uit te bannen (één van de millennium doelstellingen), zullen de Verenigde Naties alle zeilen bij moeten zetten. Hoewel kleinschalige veehouderij in ontwikkelingslanden bijdraagt aan het welzijn van 800 miljoen arme boeren biedt de grootschalige, intensieve veehouderij geen oplossing. Ze verscherpt de voedselcrisis juist.

Meer dan 90% van de sojameel en 60% van de mais en gerst wordt gevoerd aan dieren.

De ontwikkelingslanden zijn de dupe

Competitie om voedsel is niet het enige probleem. Om de gewassen te produceren zijn grote stukken land nodig, zowel in de Westerse wereld als in ontwikkelingslanden. Soja groeit voornamelijk in ontwikkelingslanden en de grote vraag naar dit gewas veroorzaakt veel schade. Het afpakken van land van de mensen veroorzaakt gewelddadige conflicten tussen de bevolking, grote bedrijven en de overheid. Ook worden er elke dag grote stukken regenwoud gekapt, om plaats te maken voor soja. (Zie blogs over soja voor diervoeder).

De voedselprijzen stijgen

En hier stopt het niet. In 2011 meldde de United Nations Food and Agriculture Organization (UNFAO, de voedselorganisatie van de Verenigde Naties) dat de voedselprijzen de laatste jaren omhoog zijn gegaan, als gevolg van de economische groei in enkele grote ontwikkelingslanden. Zo steeg de vraag naar vlees als gevolg van de toegenomen welvaart. Deze trend maakt het voor arme mensen steeds moeilijker om voedsel te kopen.

Verspreiding van ziektes

Niet alleen landbouwdieren lijden in de vee-industrie de gezondheid van de mensen staat ook op het spel. De herkomst van voedsel kan ook de kwaliteit en voedingswaarde beïnvloeden. En de volle stallen van de vee-industrie kunnen een perfecte voedingsbodem zijn voor ziektes die van dieren op mensen kunnen overslaan.

Slecht vlees, slechte gezondheid

Het is aangetoond dat sommige producten uit de vee-industrie minder voedzaam zijn. Recente studies hebben laten zien dat vlees van dieren uit de vee-industrie weinig omega 3- vetzuren en een slechte verhouding tussen omega 6- en omega 3-vetzuren bevat. Een slechte verhouding tussen omega 6- en omega 3-vetzuren in de voeding vergroot de kans op hart- en vaatziekten en enkele vormen van kanker2. Het eten van veel rood en bewerkt vlees is in verband gebracht met een aantal serieuze gezondheidsrisico’s, zoals obesitas, diabetes en kanker. Het eten van veel rood vlees verhoogt ook het risico op een aantal vormen van kanker met 43%

Een recent rapport van Compassion in World Farming toont aan dat producten van boerderijen met hogere welzijnssystemen vaak veel antioxidanten, ijzer en weinig vet bevatten.

Gevaar voor de mens

De omstandigheden in vee-fabrieken, waar de dieren dicht op elkaar leven, zijn ideaal voor de snelle verspreiding van gevaarlijke ziekteverwekkers. Bacteriële ziekteverwekkers, zoals E. coli en Salmonella, worden zo snel en eenvoudig overgedragen van dier tot dier. Het eten van het vlees van deze dieren kan buikgriep bij mensen veroorzaken en in extreme gevallen zelfs de dood.

Overdragen van ziekte van dier naar mens

Het dicht op elkaar houden van honderden of duizenden landbouwdieren creëert de perfecte omgeving voor het overdragen van ziektes. Werknemers in de agrarische sector spelen daarbij een belangrijke rol. Werknemers in de intensieve veehouderij hebben een grote kans op infectieziektes omdat zij structureel en intensief blootgesteld worden aan landbouwdieren. De werknemers kunnen de ziekte overdragen naar andere mensen.

50 jaar geleden kwam een varkensboer of pluimveehouder in de VS dagelijks minder dan een uur in aanraking met enkele tientallen dieren. Een arbeider in de huidige vee-industrie is dagelijks 8 uur of langer blootgesteld aan duizenden varkens of tienduizenden kippen.

Teveel antibiotica

Antibiotica voorkomt dat zieke dieren pijn lijden. Maar in veel vee-fabrieken wordt er extreem veel gebruik gemaakt van antibiotica. Antibiotica wordt in de vee-industrie vaak uit voorzorg aan de dieren toegediend om het risico op ziekte te verminderen. Daarbij wordt er niet gekeken of het dier wel of niet ziek is. In sommige landen wordt antibiotica zelfs toegediend om de groei van het dier te versnellen. Het overvloedige gebruik van antibiotica is schadelijk voor de mens, omdat het leidt tot resistentie voor antibiotica bij bacteriën die mensen ziek maken. Dit kan het vermogen van de mens om te herstellen na een aantal ziektes in de weg staan.

De vee-industrie verspilt grondstoffen

Grote hoeveelheden waardevolle grondstoffen worden verbruikt voor de productie van relatief weinig voedsel. In de veehouderij worden plantaardige producten omgezet in vlees, melk en eieren. De traditionele veehouderij is relatief efficiënt, omdat zij gras en mest omzet in voedsel voor de mens. Maar de grootschalige, intensieve veehouderij is veel minder efficiënt. Ze verbruikt grote hoeveelheden water, granen en olie, maar er komt relatief weinig voedsel voor terug voor de mens.

Hoe werkt dat?

Het voer voor de landbouwdieren kan niet 100% worden omgezet in voedsel voor de mens. De dieren hebben namelijk ook energie nodig om te bewegen en om zichzelf warm houden. Voor elke kilo vlees die de mens kan consumeren zijn meerdere kilo’s veevoer nodig.

Gemiddeld moet 6 kilo plantaardig eiwit aan dieren gevoerd worden, om één kilo dierlijk eiwit terug te krijgen.

Waardevolle bronnen

Om aan de grote vraag naar veevoer te voldoen, hebben we veel verschillende grondstoffen nodig. Eén daarvan is grond. We hebben veel meer landbouwgrond nodig om vlees of melk te produceren dan voor de productie van groente of fruit. Verder is er veel water nodig om de gewassen voor het veevoer te irrigeren, vooral in landen waar er niet veel regen valt. Volgens het Wereld Natuur Fonds (WNF) verbruikt de veehouderij 23% van al het water dat voor de landbouw gebruikt wordt.

Kunstmest en landbouwgif

Kunstmest en landbouwgif worden veel gebruikt om de groei van de voergewassen te stimuleren, maar voor de productie hiervan zijn veel waardevolle grondstoffen (zoals energie, stikstof en fosfor) vereist. Deze grondstoffen kunnen veel beter op een andere manier gebruikt worden, om gewassen te produceren die mensen direct kunnen consumeren.

Voor 1 kilo maïs hebben we 1.200 liter water nodig, voor 1 kilo meel 1.800 liter water. En voor 1 kilo rundvlees hebben we maar liefst 15.000 liter water nodig.

De grondstoffen raken op

Olie en fosfor worden veel gebruikt in de vee-industrie. Deze grondstoffen zijn eindig, er komt een moment dat ze zeer schaars worden of zelfs op raken. De grote afhankelijkheid van de vee-industrie van schaarse grondstoffen brengt grote risico’s met zich mee, omdat zij maar in een klein aantal landen gewonnen worden.

De vee-industrie vervuilt ons milieu

Er komen dagelijks grote hoeveelheden giftige stoffen terecht in de omgeving. Boerderijen, waarin honderden of zelfs duizenden dieren dicht op elkaar zitten, kunnen ernstige milieuvervuiling veroorzaken. Die kan schadelijk zijn voor de natuurlijke omgeving en de dieren en planten die in deze omgeving leven. De FAO (de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties) omschreef de veehouderij zelfs als ‘…een van de meest significante bijdragers aan de ernstigste milieuproblemen van deze tijd.

Veel dieren, veel veevoer

De traditionele veehouderij, zoals we die kennen van vroeger, is relatief efficiënt in het omzetten van gras en afvalproducten, zoals etensresten, in voedsel voor de mens. Maar de moderne, grootschalige, intensieve veehouderij is minder efficiënt, omdat zij grote hoeveelheden granen en eiwitrijk soja verbruikt. Om de groei van granen en soja te stimuleren wordt veel landbouwgif, stikstof- en fosforrijk kunstmest gebruikt. Aan de ene kant helpt dit om de opbrengst van planten te verhogen, maar een grote hoeveelheid van de kunstmest kan als afval in het milieu terechtkomen.

De veehouderij in de Verenigde Staten is verantwoordelijk voor één derde van de stikstof en fosfor dat terecht komt in de meren en rivieren van het land.

Veel dieren, veel afval

Landbouwdieren produceren dagelijks grote hoeveelheden stikstof- en fosforrijk afval. Dierlijke mest kan goed zijn voor de grond, doordat ze de bodem aanvult met bepaalde voedingsstoffen. Maar in de vee-industrie is de hoeveelheid dieren zo groot, dat de mest geconcentreerd wordt op relatief kleine stukken land. Deze mest zou op een correcte manier verwerkt moeten worden, maar dit gebeurt lang niet overal. De mest kan dan in de (natuurlijke) omgeving terecht komen.

Mogelijke milieurampen

Stikstof en fosfor geven grote problemen. Ze kunnen bijvoorbeeld terecht komen in meren en rivieren, waardoor dieren en planten dood gaan. Een gedeelte van de stikstof wordt gasvormig en kan dan ammoniak worden. Ammoniak verzuurt het water en tast de ozonlaag aan. De veehouderij is verantwoordelijk voor meer dan 60% van de wereldwijde ammoniakuitstoot.

Andere giftige stoffen

Het gaat verder dan alleen de gevaarlijke verspreiding van stikstof en fosfor. De vee-industrie produceert een cocktail aan giftige stoffen en bacteriën, zoals E.coli. Zware metalen en landbouwgif. Dit is een grote bedreiging voor de gezondheid van de mensen, dieren en

De veehouderij is verantwoordelijk voor bijna 15% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, die veroorzaakt worden door mensen. Daarmee levert de veehouderij een belangrijke bijdrage aan de klimaatverandering en de opwarming van de aarde. Om de klimaatverandering aan te pakken zal dus ook de veehouderij moeten veranderen. Minder vlees eten is een effectieve manier om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

De problemen

De klimaatverandering heeft nu al negatieve gevolgen voor de voedselproductie, landbouwdieren en boeren. Naar verwachting zullen de gevolgen met de tijd toenemen en mogelijk verwoestend zijn. De hogere temperatuur kan water in sommige gebieden nóg schaarser maken en het houden van dieren en het verbouwen van voedsel bemoeilijken. De temperatuurstijging, de verschuiving van moessons en de drogere aarde in de tropen en subtropen kan leiden tot een vermindering van de opbrengst van gewassen met één derde.

Een energie vretende industrie

De vee-industrie verbruikt grote hoeveelheden energie. Niet alleen om de dieren te houden, maar ook om het voer voor de dieren te produceren. Volgens een studie van The Royal Society verbruikt de productie van het veevoer 75% van de totale energie die gebruikt wordt voor de vee-industrie. De rest is nodig voor de verwarming, verlichting en ventilatie.

Wat moet er gebeuren?

Om de temperatuurstijging tot 2 graden Celsius te beperken moet de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in 2050 minstens 80% lager zijn dan het niveau van 2000. Uiteraard moet de veehouderij, die meer broeikasgassen uitstoot dan de transportsector, daaraan ook haar bijdrage leveren.

In de vee-industrie hebben de dieren een allesbehalve prettig leven. Ze leven in overvolle, kleine en kale stallen en er wordt geen rekening gehouden met hun natuurlijke behoeften.

De Europese Unie

(EU) erkent dat landbouwdieren wezens met gevoel zijn, in staat om pijn, angst en plezier te ervaren. Maar ondanks deze erkenning worden miljarden landbouwdieren in de Vee-industrie mishandeld. De prioriteit ligt daar bij de productie van zoveel mogelijk vlees, melk en eieren: zo snel en zo goedkoop mogelijk. In een traditionele legbatterij is per kip een oppervlakte beschikbaar, die kleiner is dan een vel A4 papier.

Ruimte is een luxe

Om ruimte te besparen, worden de landbouwdieren in de vee-industrie dicht op elkaar gestopt in kale stallen en kooien. Hierdoor kunnen de dieren zich nauwelijks natuurlijk gedragen.

Verminken van de dieren

Uit verveling, frustratie of stress gaan de dieren elkaar vaak verwonden. Om dit tegen te gaan past men niet de slechte levensomstandigheden aan, maar worden dieren stelselmatig verminkt. Zo worden de tanden ingekort, staarten afgeknipt en snavels bijgeknipt. Dit gebeurt meestal zonder verdoving.

Bij meer dan 90% van de Europese varkens wordt de staart afgeknipt, ondanks dat het standaard uitvoeren hiervan illegaal is.

Lichamelijke problemen

De vee-industrie vraagt veel van de dieren. Ze moeten snel groeien en veel melk en eieren produceren. Om de productie te verhogen worden ze selectief gefokt en krijgen ze geconcentreerd voedsel. Hierdoor hebben ze meer kans op allerlei lichamelijke problemen, zoals mankheid, zwakke of gebroken botten, infecties en uitval van de organen. In sommige landen worden antibiotica en andere groeimiddelen gebruikt om een nog hogere productie te stimuleren.

Vleeskippen in de vee-industrie groeien zo snel dat 25% lijdt aan pijnlijke mankheid. De vee-industrie bedreigt onze natuur: dieren- en plantensoorten worden met uitsterven bedreigd. Overal in de wereld sterven dieren- en plantensoorten uit. Dit gaat veel sneller dan in voorgaande jaren. De vee-industrie is één van de factoren die deze crisis veroorzaken. We moeten onze ecosystemen in stand houden, want ze voorzien ons van voedsel, water en lucht.

Dieren slaan op de vlucht

De vee-industrie produceert veel vervuilende stoffen, zoals stikstof en fosfor. Deze stoffen vormen een grote bedreiging voor natuurlijke leefomgevingen. Dieren en planten in deze leefomgeving vluchten of gaan dood. Zo ontstaan zogenoemde ‘dead zones’, waar bijna geen enkele plant- of diersoort kan overleven. In 2008 waren in totaal 168 gebieden in de zee geïdentificeerd als ‘dead zones’, in 1995 waren dit er nog ‘maar’ 44. Steeds meer leefomgevingen worden onbewoonbaar voor dieren en planten.

Minder ruimte voor dieren en planten

Omdat landbouwdieren veel voer verbruiken, hebben we ook veel land nodig om gewassen voor het veevoer te verbouwen. Maar liefst één derde van het akkerland op aarde wordt daarvoor gebruikt. De ruimte hiervoor is schaars. Helaas worden grote stukken land, zoals weilanden en bossen, in Latijns-Amerika en Afrika vernield, om het als akkerland te kunnen gebruiken. Tussen 1980 en 2000 werd een gebied in ontwikkelingslanden, dat 160 keer zo groot is als Nederland, vrijgemaakt voor nieuw akkerland. 10 procent van dit gebied was tropisch regenwoud. Wetenschappers ontdekten dat de intensieve veehouderij de drijvende kracht hier achter was, niet de kleinschalige veehouderij. Het vervangen van natuurlijke begroeiing door akkerland is de oorzaak van het verdwijnen van een grote variëteit aan planten en dieren.

Als de uitbreiding van akkerland in het Amazonegebied op dezelfde voet verder gaat als nu, is er in 2050 nog maar 60% van dit kwetsbare regenwoud over.

Misschien dan toch maar biologisch vlees, minder vlees of helemaal geen vlees meer. Eenmaal gewent aan vlees vervangers, af en toe vis zal je na verloop van tijd met ongeloof kijken naar mega veehouderijen, slachterijen en de hompen bebloed vlees die in de schappen liggen. Je zal met smaak en een schoon geweten je vlees vervangers eten en blij zijn voor de kleine stap naar onderstaande producten.

Eitje

Eieren zijn goede vleesvervangers. Als je geen vlees eet kun je 4 tot 5 eieren per week nemen. Je kunt een gekookt eitje nemen bij het ontbijt, maar ook bijvoorbeeld door de hartige taart eten.

Noten, pinda’s en pitten

Ook noten, pinda’s en pitten, zoals pijnboompitten, kun je nemen als afwisseling op je kant-en-klare vleesvervangers. Noten en pinda’s leveren wel veel calorieën. Gebruik noten en pinda’s daarom niet te vaak als vleesvervanger. Ongeveer 40 gram is een goede portie! Noten en pitten zijn lekker om bijvoorbeeld over een salade of pasta te strooien.

Peulvruchten

Peulvruchten, zoals bruine bonen, kidneybonen, linzen en kikkererwten, zijn gezonde en heerlijke vleesvervangers. Met 70 gram peulvruchten vervang je je portie vlees. Van bruine bonen en kidneybonen kun je bijvoorbeeld Chili sin carne maken (Chili zonder vlees), van linzen een soepje en kikkererwten smaken goed door de Indiase curry.

En vis?

Vis eten beschermt waarschijnlijk tegen hart- en vaatziekten. Het is advies is om 2 keer per week vis te eten, waarvan tenminste 1 keer vette vis, zoals haring of zalm. (Zie blogs over vis.)

Variatie

Om er zeker van te zijn dat je alle onmisbare voedingsstoffen uit vlees en vis binnenkrijgt kun je de genoemde vleesvervangers eten. Het is daarbij aan te raden om te variëren met verschillende vleesvervangers.

Door: Guido Sparreboom
Beeld: Wesley van der Linde

De biologische sector in Frankrijk blijft groeien

Guido Sparreboom

Biologische vis helaas toch niet zo gezond

Guido Sparreboom

Biologisch voorgesneden of supermarkt groente gezond?

Guido Sparreboom

We gebruiken functionele en analytische cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren. Gaat u hiermee akkoord? Ja, ik ga akkoord Details