Tuinieren

Biologische buurtmoestuin tot transitie stad

buurtmoestuin

Van biologische buurtmoestuin tot transitie stad

Een biologische moestuin beginnen in je achtertuin of zelfs balkon is een leuke hobby en maakt ook dat je deels zelfvoorzienend bent.

Alleen al het idee dat jouw groente en fruit niet over lange afstanden getransporteerd hoeft te worden en zo geen of minder fossiele brandstoffen verbruikt, zou al de moeite waard moeten zijn om zelf een moestuin te beginnen. Zeker omdat je weet dat je een gezond, biologisch product hebt geteeld, wat wel voldoening moet geven.

Als we het hebben over permacultuur dan geven de bomen, struiken en planten een extra aanvulling aan je tuin. Bomen kunnen bijvoorbeeld schaduw geven of vruchtdragend zijn, maar ook nestgelegenheid bieden aan vogels, die mee helpen de schadelijke insecten uit de tuin te houden. Hierdoor leef je met de natuur en kan je er ook nog een biologische tuin op na houden.

Als er gezamenlijk duurzame projecten op worden gezet om fossiele brandstoffen uit te sparen, dan zou je met de buurt van een plantsoen ook een eetbare buurtmoestuin kunnen maken. Hoe meer buurtbewoners naast hun eigen tuin mee helpen in de wijk om moestuinen aan te leggen of vruchtbomen te planten om deels zelfvoorzienend te kunnen zijn, hoe minder fossiele brandstof er nodig is om groente en fruit te importeren of transporteren. Uiteindelijk kan de gehele gemeenschap zich inzetten en mee helpen om buurt, dorp of stad te veranderen in een duurzame zelfvoorzienende gemeenschap of ‘Transition-Stad’, waaraan iedereen meewerkt.

Het eerste transitie-dorp is in 2005 ontstaan in het Engelse dorpje Totnes. Hier begon een dorpsbewoner met de naam Rob Hopkins met het idee om met de buurtcommissie zijn plannen en ideeën over duurzaamheid en Permacultuur over te brengen op zijn mede bewoners. Het lukte Rob Hopkins om een hele dorpsgemeenschap achter zich te krijgen en samen te werken. Mensen begonnen moestuinen op te zetten in hun achtertuin, maar ook in het openbaar plantsoen. Ook begonnen mensen hun huizen te isoleren om fossiele brandstoffen voor verwarming van hun huizen  uit te sparen. Zo werden er ook meer gezamenlijke duurzame projecten gestart. Zo werd de oude watermolen omgebouwd om elektriciteit te gaan leveren voor de gemeenschap en werden markten opgezet waar ook zelf gekweekt groente en fruit en andere regionale producten te koop werden aangeboden.

Na het succesvolle initiatief van Rob Hopkins  zijn er in Europa en de hele wereld duurzame initiatieven gestart. Hierdoor zijn gemeenschappen en verschillende transitie wijken, dorpen en steden met vergelijkbare aspecten ontstaan,

Ook in Nederland zijn voorbeelden van gezamenlijk eetbaar groen verbouwen en onder andere te vinden in Diemen, Enschede en Utrecht. Een belangrijk onderdeel van een Transitie stad of dorp is dat je als gemeenschap zo zelfvoorzienend mogelijk probeert te  zijn. Ook het importeren van goederen of producten van de andere kant van de wereld moet worden tegen gegaan om fossiele brandstoffen uit te sparen.

Supermarkten, winkels, postorder bedrijven e.d. die hun waren over grote afstand en de hele wereld naar hier transporteren, zijn alles behalve duurzaam. Ook door gebruik van bijvoorbeeld kunstmeststoffen, bestrijdingsmiddelen en verpakkingen worden veel fossiele brandstoffen gebruikt en verkwist. De zelfvoorzienende tuin, dorp of stad is dus duurzamer en ook minder vervuilend. Doordat niet iedereen bij machte is om het zware werk te doen of de moestuin bij te houden op werkdagen, kan de buurt helpen om dit probleem op te lossen. Samenwerken is dus voornaam om succesvolle duurzame projecten op te zetten, bij te houden en succesvol te maken.

Reageer