Groen Nieuws
Image default

Gebitsvullingen en fluor en milieu vervuilende stoffen

Gebitsvullingen en fluor en milieu vervuilende stoffen kunnen je schildklier functie schaden. Bent U vaak chronisch moe, komt U snel aan. Laat U dan eens een bloed onderzoek doen om Uw schildklier te testen.Want een epidemie is het. Ongeveer een op de honderd mensen in Engeland heeft een te traag werkende schildklier (hypothyroïdie) en nog veel meer mensen lopen rond met een algeheel gevoel van malaise zonder te weten hoe dat komt.

De hoofdsymptomen van schildklier afwijkingen zijn
  • Chronische vermoeidheid, speciaal in de ochtend, wat minder tegen de avond. Ook is er sprake van langzame recuperatie na inspanning.
  • Depressie. Deze kan zelfs leiden tot suïcideneiging en vaak is er sprake van postnatale depressie.
  • Kouwelijkheid. Dit kan ook leiden tot blauwe vingers, dode vingers en winterhanden en -tenen.
  • Hoofdpijn. Zowel migraine als spanningshoofdpijn komen voor.
  • Spierkrampen. Deze kunnen in spiergroepen in het hele lijf voorkomen.
  • Obstipatie, slechte darmmobiliteit. Meestal eens per 2 dagen ontlasting
  • Artritis, reumatische pijn in zowel de gewrichten, pezen en spieren en stijfheid komen voor. De achillespeesreflex is vaak vertraagd.
Bouw van de schildklier

Je schildklier, ook wel thyroïde genoemd, bevindt zich laag onder in je hals. Het ligt als een soort schild om je luchtpijp heen, onder je strottenhoofd. Je schildklier bestaat uit twee zogenaamde kwabben. De kwabben zijn opgebouwd uit blaasjes en zijn verbonden door weefseleilandjes. Tussen de blaasjes liggen cellen. Je schildklier wordt door vier slagaders voorzien van bloed en is daarmee het meest doorbloede orgaan in je lichaam.

Functie van de schildklier

De schildklier is betrokken bij verschillende processen. De regulatie van deze processen vindt plaats door de afgifte van hormonen. De hormonen die in je schildklier gemaakt worden zijn onder andere belangrijk voor.

  • Je geestelijk welzijn.
  • Het reguleren van je hartslag en bloeddruk.
  • Je groei.
  • Het beschikbaar maken van opgeslagen energie.
  • Verbranding van het teveel aan vetten.
Werking van de schildklier

De schildklier staat onder controle van de hypofyse en hypothalamus. De hypothalamus is een die invloed uitoefent op de hypofyse. De hypofyse is een klier dat onder andere schildklierstimulerend hormoon (TSH) afgeeft.

Onder invloed van dit TSH-hormoon produceert de schildklier schildklierhormoon. Hiervoor heeft de schildklier jodium en aminozuren (bouwstenen van eiwitten) nodig. Het schildklierhormoon wordt aan het bloed afgegeven.

Schildklierhormoon is er in twee vormen, namelijk T3 en T4. T4 is eigenlijk inactief schildklierhormoon en moet in de weefsels nog worden omgezet in T3. De schildklier regelt met hormonen de verschillende stofwisselingsprocessen.

De werking van de schildklier

Uw schildklier reguleert de verbrandingssnelheid in uw lichaam. Als de schildklier niet goed werkt, kunnen uw energie en gewicht er ernstig onder lijden. Er zijn gelukkig manieren om de schildklierfunctie weer op peil te brengen.

Schildklier problemen door erfelijke of omgeving factoren
Hoewel in de geneeskunde de meeste schildklierproblemen als erfelijk worden beschouwd, blijken ook veel omgevingsfactoren een rol te spelen bij ontsporingen van de schildklier. Hieronder wordt een lijst gegeven van de belangrijkste boosdoeners.

Tekort aan bepaalde voedingsstoffen

Voedingsnutriënten zoals een tekort aan bepaalde vitaminen (bijvoorbeeld B 12, B6, foliumzuur), mineralen (zoals selenium, magnesium, zink), aminozuren zoals tyrosine en een afwijkend vetzuurprofiel kunnen een onderfunctie van de schildklier geven. Het opsporen van tekorten kan via gespecialiseerde laboratoria.

Overmatig jodium

Het mineraal jodium is van essentieel belang voor een gezonde schildklierfunctie, maar bij een teveel aan jodiuminname kan die schildklier overactief worden 5. Een van de grootste boosdoeners is jodiumhoudend zout, waarvan in de hele Westerse wereld wordt beweerd dat het gezond is. Jodium zit in vis, groenten, melk en vlees en het is een essentieel onderdeel van T3 en T4 (zie het kader genaamd Soorten schildklierproblemen). Voor een goed functionerende schildklier en hypofyse moet er voldoende van dit mineraal voorhanden zijn. Maar in de meeste landen wordt zout gejodeerd en standaard aanbevolen voor gebruik, ongeacht hoe veel er al in de voeding en het milieu zit, waardoor er mensen zijn die te veel jodium hebben binnengekregen. In een gebied waar van nature voldoende jodium aanwezig is, kan een overmatige inname – zelfs al bij een aantal milligram per dag tot een overactieve of juist te trage schildklier leiden 6. Soms is het niet genoeg om dat gejodeerde zout te vermijden, omdat jodium ook wordt gebruikt in brood, hoestdranken, ontsmettingsmiddelen, bepaalde geneesmiddelen en contrastmiddelen voor beeldvormend medisch onderzoek.

Mogelijke veroorzakers

Fluoride is in sommige streken toegevoegd aan het drinkwater; in Nederland aan veel tandpasta’s. Het kan de natuurlijke absorptie van jodium verstoren. Tevens is van fluoride bekend dat het de werking van het hormoon TSH nabootst en bepaalde eiwitten activeert die de activiteit van het hormoon T3 in cellen remmen.

Kwik is een zeer giftig metaal dat ook in gebitsvullingen van amalgaam zit.
Het stapelt zich met name in de hypofyse en de schildklier, zoals is gebleken bij studies die tandheelkundigen hebben gedaan bij overleden mensen.

Voedselallergieën

Mensen met meerdere voedselallergieën, zoals bij coeliakie, krijgen veel vaker een schildklierafwijking.

Seleniumtekort

De schildklier is een van de organen met de hoogste concentratie selenium. Als er van dit essentiële mineraal dus een tekort ontstaat, dan kan dat tot schildklierafwijkingen leiden.

Milieu vervuilende stoffen

Milieuvervuilende stoffen als perchloraat, thiocyanaat en nitraat onderdrukken de jodiumopname ( zie uitleg hieronder) en blijken tot schildklierziekte te kunnen leiden, zowel bij dieren als bij mensen.

Behandeling tegen kanker

Een gezond functionerende schildklier kan worden aangetast door radiotherapie zoals bij kanker wordt gegeven.

Diabetes, met name type 1, kan ook tot schildklierproblemen leiden.
Preëclampsie is een niet zeldzame complicatie van een zwangerschap waarbij een gevaarlijk hoge bloeddruk ontstaat. Later in het leven kan hierdoor een schildklierafwijking ontstaan.

Emotionele problemen. De schildklier blijkt bij uitstek gevoelig voor emotionele schokken.

Roken

Een verrassend onderzoek heeft aangetoond dat roken kan leiden tot de ziekte van Graves (een overactieve schildklier door een auto-immuunziekte) of tot veranderingen in de functie van schildklierhormonen die juist bij te weinig schildklieractiviteit horen.

Ziekte of een operatie

Vrijwel elke ziekte of chirurgische operatie verandert de functie van de schildklier en de hypofyse. Na een operatie, van welke aard ook, starten artsen vaak te snel met een middel dat de schildklierhormonen vervangt en waardoor de patiënt daar de rest van zijn leven afhankelijk van wordt. Maar de snelle stijging van het hormoon T3 na een operatie kan wellicht heilzame effecten hebben in geval van nood, dus kan het beter zijn om de dingen even op zijn beloop te laten.

Waar zit nitraat in

Groente en drink water zijn belangrijke bronnen van nitraat.
Het gaat vooral om bladgroente zoals sla en spinazie. Van alle nitraat die consumenten binnenkrijgen, komt 50 tot 85% van de nitraat uit groente. In Nederland is 7 tot 9% van de nitraatinname afkomstig uit drinkwater.

Het nitraatgehalte in groente wordt mede bepaald door het ras en kan stijgen door gebruik van een grote hoeveelheid (kunst)mest of weinig zonlicht tijdens de groei. Zomergroenten bevatten minder nitraat dan wintergroenten.

Perchloraat in voedsel

De aanwezigheid van perchloraat in voedingsmiddelen kan het gevolg zijn van het bestaan van deze molecuul in de natuur (vooral in de bodem en in grondwater) en van de synthese van deze molecuul veroorzaakt door antropische activiteiten; in het milieu kan de aanwezigheid ook toenemen door het gebruik van stikstofhoudende kunstmest of als gevolg van bepaalde industriële processen.

Uit tot nu toe verricht onderzoek blijkt dat het voornaamste gevaar voor de gezondheid van de mens niet zozeer toegeschreven moet worden aan een acute blootstelling aan besmette voedingsmiddelen (ons organisme is namelijk in staat om de molecuul snel te elimineren in de urine en zo de opeenhoping in het organisme te voorkomen) als aan een chronische blootstelling aan voedingsmiddelen met hoge concentraties perchloraat. Dat schijnt negatieve gevolgen te kunnen hebben, vooral bij kwetsbare baby’s en kinderen, voor de correcte jodiumstofwisseling die op haar beurt weer nauw verband houdt met de juiste werking van de schildklier.

Thiocyanaat komt voor in chemische stoffen en komen in het milieu voor door milieuvervuiling.

De schildklierfunctie kan door vele oorzaken ontregeld raken. De meest voorkomende oorzaken zijn:
– Chronische stress of een acute zeer stressvolle gebeurtenis
– Bloedglucose ontregeling
– Erfelijke aanleg
– Zwangerschap
– Operaties
– Gebruik van medicijnen
– Infecties
– Belasting met gifstoffen
– Voedselovergevoeligheid
– Tekort aan voedingsstoffen

Chronische stress

Stimuleert de aanmaak van het stresshormoon cortisol. Cortisol vermindert de aanmaak van schildklierhormoon en remt de omzetting van inactief T4 naar actief T3. Het blijkt in de praktijk dat ook een acute, kortdurende, maar hevige stress een vergelijkbaar effect op de schildklierfunctie heeft. U kent hierbij denken aan een ernstig auto-ongeluk, een grote operatie met complicaties, verlies van een dierbare en het doormaken van gewelddadig conflict of misdrijf.

Bloedglucose ontregeling

Veel mensen in Nederland kampen met een ontregeling van hun bloedglucosespiegel. Dit wordt ook wel insulineresistentie, hyperinsulinisme of Metabool Syndroom genoemd. Naar schatting heeft 25% van alle volwassenen in Nederland hier last van en 80% van alle mensen met overgewicht.

Deze bloedglucose verstoring uit zich o.a

in overgewicht met vooral vetophoping op de buik, vermoeidheidsklachten, gewrichtsklachten, hoge bloeddruk, verhoogde insulinespiegels, verhoogde bloedglucose waarden en verhoogde triglyceriden- en verlaagde HDL cholesterolwaarden in het bloed.

Erfelijke aanleg

In bepaalde families komen relatief vaak schildklierproblemen voor. Vraag uw ouders, grootouders, tantes, ooms, broer en zusters of zij bekend zijn met schildklierklachten.

Zwangerschap

Tijdens de zwangerschap wordt er door de verhoogde stofwisseling extra veel gevergd van de schildklier. Dat kan uiteindelijk leiden tot een uitputting van de schildklier tijdens of na de zwangerschap. Daarnaast raakt er tijdens een bevalling veel schildklierhormoon verloren door het grote bloedverlies.

Operaties

Operaties geven soms een groot bloedverlies en dat kan aanleiding geven tot een hypothyreoïdie. Operatiestress vermindert de aanmaak van schildklierhormoon en remt de omzetting van inactief T4 naar actief T3. Door bloedverlies raakt het lichaam ook veel schildklierhormoon kwijt.

Gebruik van medicijnen

Van een aantal medicijnen is bekend dat ze de omzetting van inactief T4 naar actief T3 afremmen. Voorbeelden zijn lithium, antidepressiva, zoals Prozac, corticosteroïden (Prednison). Ook kunnen medicijnen de opname verlagen of het verbruik van schildklierregulerende voedingsstoffen verhogen.

Voorbeelden

Twee voorbeelden hiervan zijn maagzuurremmers en bloeddrukverlagende medicijnen in de vorm van plastabletten. Maagzuurremmers remmen de opname van mineralen nodig voor de aanmaak van schildklierhormoon en de omzetting van T4 naar T3. Plastabletten verhogen de uitscheiding van o.a. magnesium en zink in de urine. Beiden mineralen zijn nodig voor ene goede schildklierfunctie.

Infecties
Bepaalde infecties zoals het Pfeiffervirus, kunnen de schildklier infecteren en beschadigen in zijn functie.

Voedselovergevoeligheid

Voedselovergevoeligheid veroorzaakt door cytokinevorming (stoffen die ontstekingen veroorzaken en het immuunsysteem onder druk zetten) een stress reactie in het lichaam, waardoor de schildklier van slag kan raken.

Tekort aan bepaalde voedingsstoffen

Voedingsnutriënten zoals een tekort aan bepaalde vitaminen (bijvoorbeeld B 12, B6, foliumzuur), mineralen (zoals selenium, magnesium, zink), aminozuren zoals tyrosine en een afwijkend vetzuurprofiel kunnen een onderfunctie van de schildklier geven. Het opsporen van tekorten kan via gespecialiseerde laboratoria.

Diverse toxische stoffen zoals diverse peroxiden (zoals lipide- en phospholipide-hydroperoxiden) die gevormd kunnen worden door vrije radicalen en hoog reactieve zuurstofdeeltjes worden ook door seleniumcysteine-bevattende glutathionperoxidase-enzymen verwijderd.

De lever kan dus wel wat seleniumcysteine gebruiken, mede omdat het door de huidige landbouwmethode weinig in de voeding voorkomt. Doordat de lever veel biochemische processen moet doen (waaronder ontgiftingstaken) wordt er veel selenium weggevangen en kan daardoor door enzymschade de omzetting van T4 naar T3 op de tocht komen te staan. Een hoge jodiuminname terwijl het selenium marginaal is, kan schadelijk zijn voor de schildklier. Inname van alleen kelp (jodiumbron) is niet aan te raden!

Rubidium wordt in diverse studies ook genoemd als stimulator van de schildklierfunctie. Het mechanisme is onduidelijk. Een voeding die weinig rubidium bevat, verlaagt de zinkspiegel van plasma en testikelweefsel. Tevens veroorzaakt een laag rubidiumgehalte in de voeding een verlaagd kopergehalte in hart, lever en milt en een verhoogd kaliumgehalte in plasma en nieren.

Zink is een essentiële co-factor bij veel verschillende enzymsystemen.
Het is tevens betrokken bij de vorming van schildklierhormonen. Bij ratten die zink deficiënt waren worden verlaagde T3 en vrije T4 concentraties gevonden tot wel 30%. De activiteit van de enzymen die vrij T4 omzetten in het actieve T3 verlaagde zich met 66%.

L-Tyrosine is een aminozuur

dat een belangrijk onderdeel vormt van T3 en T4. (ieder bevat 2 tyrosinemoleculen). Tyrosine-opname kan bij het ouder worden verminderen, maar ook door eiwit-verteringsstoornissen (zwakke darmflora en overgroei van eiwit etende bacteriën zoals Proteus, enterobacter e.d.). Vitamine C is betrokken bij het metabolisme van Tyrosine.

Glutathion is een krachtige antioxidant

(de beste vorm voor suppletie is NAC= N-acetyl cysteine). Deze antioxidant beschermt de diverse enzymsystemen, waaronder de iodothyoninedeiodinase, waardoor er meer T3 gevormd kan worden.

B vitamines, met name B1, B2, B3 en B 6 zijn belangrijk voor de schildklieractiviteit. Psychiatrische patiënten met een vitamine B 2 deficiëntie hebben aanzienlijk lagere thyroxine -spiegels. Vitamine B3 is betrokken bij de synthese van belangrijke hormonen zoals thyroxine, insuline en cortisonen. B 6 is ook noodzakelijk voor een normale endocriene (hormonale) functie en speelt een belangrijke rol bij allerlei enzymfuncties in de lever. De vitaminen B’s werken allemaal samen en het is dan ook raadzaam deze gecombineerd te geven. Bij een onderfunctie van de lever is het raadzaam deze in de actieve co-vorm te geven (B 6 bijvoorbeeld in de P-5-P vorm).

Fosfatidylserine is ook een interessante stof om de TSH te verhogen.
In een studie waarin proefpersonen 200-300 mg fosfaditylserine innamen zag men een verbetering van het geheugen (deze stof kan makkelijk de bloed-hersenbarrière passeren), van de concentratie en een verbeterde TSH afgifte. Deze stof is in zeer lage concentraties aanwezig in lecithine.

Vitamine A (niet bètacaroteen)

is ook essentieel voor de omzetting van T4 naar T3, net als magnesium. Een onderactieve schildklier kan pro-vitamine A (caroteen) niet of niet voldoende omzetten naar vitamine A. Wie geen of nauwelijks schildklierfunctie heeft kan geen vitamine B 12 absorberen. Als er dan ook nog sprake is van maagproblemen en een dysbiose (waaronder verlaagde enterococcen aantallen) dan komt de B 12 vóoorraad onder druk te staan.

T3 is essentieel voor normale niveaus van serotonine en noradrenaline.
Tekort aan T3 kan tekorten geven aan laatst genoemde stoffen. Mensen met een lage schildklierfunctie, hypofyse en bijnieractiviteit hebben in het bloed vaak een laag carnitine.

  • De temperatuur dient in de morgen, vóór het opstaan en meteen bij het wakker worden, liggend te worden opgemeten onder de arm.
  • Neem de temperatuur drie ochtenden achtereen op.
  • Vrouwen die menstrueren doen de metingen op de 2e, 3e en 4e dag na de start van de menstruatie.

Let op: niet temperaturen bij griep of wanneer men in de vroege morgen uit bed is geweest (bijv. om naar de toilet te gaan). Vergeet niet de thermometer ’s avonds bij het bed klaar te leggen.

Interpretatie meetwaarden:
3 x meting boven 36,4 graden geen hypothyreoïdie
3 x meting beneden 36,4 graden hypothyreoïdie
2 x lage meting * mogelijk hypothyreoïdie

* Tussen 35,8 graden – 36,1 graden en 1 normale meting boven 36,4 graden.
De lichaamstemperatuurmeting kan na 8 weken worden herhaald.

Door: Guido Sparreboom
Beeld: Groen Nieuws

Zwavel in je eten kan je ziek maken

Guido Sparreboom

Zware metalen zijn gevaarlijk voor mens en dier

Guido Sparreboom

Zout is nummer 1 wereldwijd doodsoorzaak

Guido Sparreboom

We gebruiken functionele en analytische cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren. Gaat u hiermee akkoord? Ja, ik ga akkoord Details