Groen Nieuws
Image default

Hoe en wanneer moet ik mijn vruchtbomen poten?

Wanneer fruitbomen planten? Op een andere blog ‘Alles over bestuiving bij fruitbomen’ is al geschreven over de bestuiving en bemesting van fruitbomen. Het is dus belangrijk als je fruitbomen koopt dat je weet of ze zelf bestuivers zijn of niet. Heb je genoeg van een het zelfde soort fruitbomen, dan komt de bestuiving wel goed, in alle andere gevallen (als je maar een van het zelfde soort koopt of ze staan ver van elkaar af) kan je beter zelf bestuivers kopen. Een ander ding waar je op kan letten: geënte bomen zijn beter bestand tegen ziektes en fruitbomen van een biologische boomkweker bevatten geen gifsporen meer die bijen kunnen doden. Kijk voor biologische fruitboom telers op internet en werk mee aan een beter milieu.

Planten van fruitbomen 

 Het planten van fruitbomen kan het beste gebeuren wanneer de bomen in winter stand zijn en dus geen blad hebben. De beste tijd om een fruitboom te planten (zeker als er geen pot om de kluit zit) is van november tot en met april als de boom geen blad of uitlopende knoppen heeft. Ondanks dat de bomen prima geplant kunnen worden in de koudere seizoenen, mag er niet geplant worden als het vriest of er nog vorst in de bodem zit.

Waar en hoe ga ik mijn boom planten?

Bomen hebben licht nodig en vocht. Zet een hoogstam  (hoge fruitboom) op 10 meter afstand van een andere hoge boom en laagstam (geënte lage vruchtbomen) ongeveer zover uit elkaar in de toekomst de kronen elkaar niet gaan raken. Is de grond te nat (drassig zoals bij klei grond) of te droog (zandgrond) dan kan dit gevolgen hebben voor de groei van de wortels en boom, weerstand van de boom en of de boom voldoende vruchten gaat leveren (vooral bij droge grond). Klei grond die te nat is kan je droger krijgen met een afvoer van een stuk irrigatiebuis of door zandgrond in het plantengat op mengen met de kleigrond. Zandgrond kan je vruchtbaarder en vochtiger krijgen met de menging van klei of humus. Afhankelijk van de grootte van de boom en de omvang van de wortels dient een groot gat gegraven te worden. Voor een gemiddelde fruitboom geldt een grootte van ongeveer twee keer de omvang van de kluit. De diepte waarop de boom bij de kweker stond kun je nog zien net boven de kluit en houd deze diepte aan wanneer je de boom gaat planten. Zit er geen kluit aan de wortels, dan kunnen de wortels snel uitdrogen en de boom na een dag al dood zijn. Kuil de boom in, of zet hem eerst in een bak met water, maar laat de wortels niet uitdrogen.

Wel of geen potgrond

Boven op de boomspiegel (oppervlakte) mag mest en humus aangebracht worden. Maar heb je en kuil gegraven dan mag er niet meer dan een kwart potgrond bij de grond bijgemengd worden  die terug gaat het plantengat. Dit omdat de wortels van de boom anders te lui worden en zich alleen wortelen binnen het plantgat waar veel voedsel is te vinden gaan wortelen. De wortels van de boom en de boom zelf zal hierdoor minder snel groeien en zonder een goede basis van diep gaande wortels zal de fruitboom gevoeliger zijn voor droogte.

De grondsoort bepaald of de groei sterk is of niet

Op zware gronden (kleigrond en leemgrond) is de groei sterker dan op lichte grond (zandgrond). Ook op voedselrijke en goede vochtige gronden is de groei veel sterker en elk jaar op de boomspiegel met compost is aan te raden.

Het daadwerkelijke planten

Fruitbomen of aangeplante bomen kunnen door de wind scheef in de grond gaan staan en de wortel groei (laten afbreken) verstoren. Sla nog voor het planten (zodat de wortels niet worden beschadigd) aan de westkant van de boom een stevige paal en zet de boom na het planten er aan vast met een dik touw of boomband. Pas op voor dun touw dat de schors beschadigd en bij de groei snel ingroeit en de sapstroom verstoort. Een tweede paal aan de oostkant geeft extra steun en is er het minst kans op beschadiging door de wind.

Planten nadat de palen naast het plantgat geslagen zijn

Is het droog weer of de kluit van de boom droog, dan is het aan te raden om de kluit voor het planten kort even in een bak water te zetten. Op deze manier kunnen de wortels zich nog even goed volzuigen met water en voorkom je uitdroging tijdens het planten. Als je de boom in het plantgat zet en de grond langzaam rondom erbij schept (samen met de humus). Zorg ervoor dat er zo min mogelijk luchtgaten tussen de wortels zitten en schut zonder de wortels te beschadigen de boom een beetje op en neer en na afloop trap je de grond met de hak van de boom af, aan. Trap je hard naast de stam met de hak dan kunnen de wortels worden beschadigd. Daarna kan je de boom aan-wateren en bij droog weer kan je dat een aantal dagen in de week herhalen.

Na het planten: verhouding kroon en kluit

Let tijdens het planten goed op de verhouding van de wortels en de kroon. Tijdens het verplanten blijven er in de oude standplaats bij de kweker veel wortels achter en kunnen teveel takken de boom nadat de bladeren uitkomen laten uitdrogen. Als je de kroon dan niet nog voor het blad aan de boom komt snoeit, zal de boom door dit verschil uiteindelijk sterven. Eerst wordt de te grote kroon nog door de reserves gevoed, maar later zullen de wortels dit moeten overnemen. Die zijn echter in aantal verminderd en zullen de vraag niet aankunnen.Wanneer de kweker de boom nog niet heeft gesnoeid voor het rooien, is het raadzaam de kroon tot 25% terug te snoeien.Dit zijn dus de buitenste takjes, geen hoofd takken.

Na het planten wordt de boom beschermd tegen de wind met een boomband

Zorg dat de boomband, zo hoog mogelijk wordt aangebracht. Bij de paal aan westzijde wordt de band in de vorm van een liggende 8 aangebracht, zodat de boom niet tegen de paal kan schuren. Doe de band niet te strak om de boom en zorg ervoor dat de boom voldoende bewegingsruimte heeft en de band niet in kan groeien. Na 3 a 4 jaar is het gevaar voor omwaaien geweken en kan je de paal weghalen. Hierdoor zorg je ervoor dat de wortels zich beter gaan verspreiden en de boom nog beter gaat groeien.

Na het planten: de boomspiegel vrijhouden van onkruid

Wanneer de boom geplant is, raden wij aan een boomspiegel rondom de voet van de jonge fruitboom aan te leggen. Een boomspiegel is eigenlijk niets anders dan een ring rondom de boom met een afstand van ongeveer 1 meter tot de boom. In deze ring plant je de eerste twee tot drie jaar niets en verwijder je het onkruid. Andere lage beplanting kan, wanneer ze niet dicht bij de boomstam wordt geplant en de boom nog voldoende voeding en zuurstof uit de grond kan halen.

Welke fruitboom soorten zijn goed om te planten?

Appels
Kies voor een handappel of een moesappel en voor verschillen de appelbomen die verschillen in oogsttijd. Ook kan je rekening houden met appels die langer bewaard kunnen worden na de oogst. Heb je genoeg ruimte dan kan je voor hoogstam kiezen. Wil je dat niet, of wil je niet met een ladder de boom in om het fruit te plukken, kies dan voor laagstam.

Er zijn drie verschillende typen appelbomen: Laagstambomen worden gemiddeld 2,5 meter hoog en hebben een breedte van 2 meter. Halfstambomen worden net iets hoger, zo’n 3 meter gemiddeld met een breedte van 2,5 meter. De hoogstamboom is ook 2,5 meter breed, maar kan maar liefst 4,5 meter hoog worden. Vergeet niet als je één appelboom koopt, of de boom zichzelf kan bestuiven.

Pruimenboom

Het fijne aan een pruimenboom is dat deze zelfbestuivend is. Vooral met pruimen kan de rijping van het fruit aan de boom in enkele weken gaan en verschillende soorten die een andere draagtijd hebben is aan te raden. De meest bekende zijn de bomen met rood/blauwe pruimen en gele pruimen. Bij pruimen bomen moet je bij teveel kleine vruchten in het voorjaar een deel weg nemen. Bij een teveel aan pruimen put je de boom uit en de vruchten die eraan komen zullen minder lekker zijn.

Een extra tip bij de pruimenboom: gooi afgevallen vruchten direct weg. Wanneer je deze te lang laat liggen komen hier namelijk wespen op af, die niet alleen lastig zijn, maar ook het rijpe fruit aan de boom aantasten.

Peer of stoofpeer

Handperen trekken bij biologische teelt snel wespen aan en zijn niet lang buiten de koeling goed te houden. Neem er niet teveel en kies eerder voor meer appelbomen.stoofperen zijn wel gemakkelijker goed te houden, maar ook daar heb je vaak aan een boom per gezin genoeg aan.

Kersenbomen of moerellen

Kersenbomen en morellenbomen geven in het voorjaar een fantastisch mooie bloesem. Helaas als je geen net gebruikt, zijn de vruchten vaak nog voor ze helemaal gekleurd zijn, opgegeten door de spreeuwen of andere vogels. Het is ook niet gemakkelijk om een net in en uit de boom te doen en een boom is per gezin is meer dan al genoeg.

Plant materialen. Bij het planten van een fruitboom heb je de volgende materialen nodig:

Boompaal Minstens 1 en bij voorkeur 2 boompalen per boom, lengte minimaal 1,8 m. Geïmpregneerde boompalen kunnen door rotting in de grond schade toebrengen aan de wortels van de te planten bomen. Beter is het om niet geïmpregneerde palen te gebruiken en de in de grond zittende delen aan te branden door een gasbrander. Door dit deel van de paal gedeeltelijk te verkolen bescherm je hem tegen rotting.
Boomkorf Als je vee hebt of wild (schapen, pony’s, herten of konijnen) dien je de jonge boom te beschermen tegen vraat. Dit kan met een gaas van min. 1,6 m hoog vast te zetten aan de boompalen. Ook zijn er kant en klaar te boomkorven te koop waar de verkoop adressen te vinden zijn op internet,
Boomband Boomband wordt gebruikt om de boom aan de paal vast te zetten en heeft als voordeel dat de stam niet wordt beschadigd.
Kwaliteit verzekerd door controlle van de Naktuinbouw

Naktuinbouw houdt toezicht op de kwaliteit, gezondheid (virusvrij, boomkanjer etc.) en soortechtheid van onder meer fruitgewassen. Zij voert jaarlijks minimaal twee controles uit voordat de bomen bij de fruitteler op het bedrijf staan. Als de boom gekeurd is dan komt er een oranje plastic strookje aan de boom te hangen. Ook staat hier de boomsoort op, datum keuring,

Verzorg je boom, geef op tijd water en voedsel en haal onkruiden weg

Hou vooral de boom bij droog weer in de gaten. Soms hebben de bomen Meer water nodig in het voorjaar dan je zal verwachten. Het is dan ook vaak onbekend dat er meer bomen verdrogen in april dan in hartje zomer. Vooral als er een droogteperiode heerst is het met name aangeraden bij de jonge fruitboom om op tijd water te geven. Bij langdurige droogte geef je maximaal 1 keer per week een grote hoeveelheid water. Geef niet dagelijks kleine hoeveelheden want dan zullen de wortels omhoog gaan groeien waardoor de problemen in de toekomst bij droogte alleen maar groter zullen worden.

Ieder jaar bemesten, met organische mest rond februari zal de boom op prijs stellen. Daarnaast is kalk ook belangrijk, herhaal dit jaarlijks rond november. Succes!

Geschreven door: Guido Sparreboom
Beeld: Wesley van der Linde Fotografie

Moestuin in februari kun je al veel groenten zaaien

Guido Sparreboom

Winterklaar maken tuin of moestuin

Guido Sparreboom

Bloemen en planten kopen van het seizoen

Guido Sparreboom

We gebruiken functionele en analytische cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren. Gaat u hiermee akkoord? Ja, ik ga akkoord Details