Groen Nieuws
Image default

Nederland was voor een groot gedeelte bedekt met veen

Een groot gedeelte van Nederland is voor duizenden jaren lang bedekt geweest met veengronden. Doordat de meeste van deze veengebieden ontgonnen zijn en tegenwoordig worden gebruikt voor de landbouw, veeteelt en huizenbouw, is daar niet veel meer van terug te zien. Er bestaan nog slechts enkele natuurgebieden met veengronden, die ook nog vaak bebost zijn. Kenmerkend aan de overgebleven veengebieden die meestal nu als natuurgebied in gebruik zijn genomen zijn de vennen waar het turf uitgehaald is en de turfvaarten, waar het turf met bootjes naar verstedelijken gebied werd gevaren. Turf werd in vroegere tijden bijna geheel met de hand gestookt, te drogen gelegd en met trekschuiten naar de steden vervoerd. Hier diende het als brandstof voor de kachel in huis of werd het gebruikt in fabrieken om bijvoorbeeld ketels mee op te warmen. Verschillende namen in Nederland verraden nog waar de veengronden in vroegere tijden te vinden waren, zoals: Hoge Veen, Lage Veen, Veenhuizen, Veendam Veenendaal etc.

Het ontstaan van veen

De laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden, maakte dat er in Nederland bijna geen bossen waren. De woeste lege gronden bestonden uit grofweg 3 grondsoorten: kleigrond, zandgrond en veengrond. De veengronden gaan we verder bespreken in deze blog. Veen vorming is direct na de ijstijd begonnen, omdat Nederland voor een groot deel bestond uit moerasgebieden en uit stilstaande ondiep zoetwater plassen. Dit is tegenwoordig niet meer het geval, daar het water door windmolens, gemalen of rivieren wordt afgevoerd. Hier groeiden de moerasplanten welig en nadat ze afstierven zakten ze weg in het water van het veenmoeras. Vervolgens ontstond er onderwater een verrotting door bacteriën, waarbij alle zuurstof werd onttrokken en het water zuurstofloos werd, mede te danken de anaerobe bacteriën die zonder zuurstof kunnen leven en die de omstandigheden alleen maar slechter maken omdat ze ook methaan aan maken. Methaan is een stof die naar rotte eieren ruikt en ook brandbaar is. Door de zuurstofarme omstandigheden bleven de plantenresten eindeloos bijna onverteerd in het zuurstofloze water liggen en er vormden zo veengebieden in Nederland, maar ook in de rest van Europa en in de wereld.

Bij ontwatering slinken en verteren de veengebieden

 Het zure en zuurstofloze water verhindert dat er bijna geen onderwater leven mogelijk is, ook niet van bacteriën die onder zuurstofrijke omstandigheden plantenresten verteren. Het gevolg is dat dode plantenresten zich onderwater op blijven stapelen tot er zich meters dikke veenlagen vormen. Over honderden of zelfs duizenden jaren vormden zich zo grote veengebieden verspreid over het gehele land. De eerste veengronden die langzaam droog werden gelegd, hadden nog maar weinig waarden, omdat ze te drassig waren voor het vee en goed weidegras niet op de zure gronden kan groeien. Meestal groeide er ook andere veengrassen en heidesoorten op. Vanaf de elfde eeuw werden voor het eerst grootschalig de veenmoerassen ontgonnen voor turf. Nog tot ver in de twintigste eeuw waren er in het noorden van ons land uitgestrekte veengebieden, waar er nog maar enkele als natuurgebieden nog terug te vinden zijn. Als het turf gewonnen was en er voldoende ontwatering was door (rechte) sloten en windmolens, konden deze gronden in gebruik worden genomen voor de landbouw.

Hoogveen en laagveen

Er zijn twee soorten veen, namelijk hoogveen en laagveen. Laagveen is het veen dat bestaat uit onverteerde plantenresten. Het hoogveen is het veen dat zich op het laagveen kan vormen of op plekken waar grondwater tot aan de oppervlakte doordringt. Laagveen is dus gevormd van onverteerde veenplanten waaronder pitrus of riet, maar ook uit blad en takjes van elzen en wilgen. Hoogveen is gevormd uit de resten van slechts één plantensoort: sphagnum, oftewel veenmos wat ook een fijnere structuur heeft. Veenmos of sphagnum groeit alleen op vochtige plekken en kan gezamenlijk met vele andere sphagnum mossen grote drijvende mos pakketten vormen. Veenmos sterft namelijk altijd aan de onderkant af en groeit tegelijkertijd aan de bovenkant door. De onderste hoogveen laag wordt door het gewicht in het water geduwd, waardoor er een zuurarm milieu ontstaat, waarin het mos niet kan verteren. De afstervende onderkanten stapelen zich op tot veenlagen die soms wel tien meter dik kunnen worden. Om verder te groeien boven het grondwater heeft veenmos uiteindelijk geen grondwater meer nodig. Dit komt doordat dit plantje het vermogen heeft om het water vast te houden als een spons. Zo kan het plantje regenwater opzuigen en vasthouden tot wel 20 keer zijn lichaamsvolume. De meeste hoogveen gebieden in Nederland zijn vanaf het jaar 1000 n. Chr. in gebruik gebruikt geraakt voor turf winning en uiteindelijk voor veeteelt en de landbouw. In enkele natuurgebieden is het hoogveen nog te bewonderen.

Wat is turf?

Behalve dat de veengronden te nat zijn voor akkerbouw of veeteelt, zijn de gebieden ook nog vaak gevaarlijk, omdat het moerasgebieden zijn waar je snel in weg kan zakken. De natuurwaarde is enorm omdat er veel zeldzame reptielen, amfibieën (slangen, hagedissen, salamanders) en watervogels kunnen leven. Helaas zijn de meeste veengronden vanaf de middeleeuwen tot een tiental jaren terug door de mens in gebruikt geraakt voor turfwinning. Veen dat gedroogd is, kan goed gebruikt worden voor brandstof voor de kachel. Ofwel, veengronden werden droog gelegd, uitgestoken, veen op hopen in plaggen te droge gelegd. Gedroogd veen wordt turf genoemd en turf werd gebruikt voor de winning van zout en als brandstof voor de kachel. De verbranding van turf levert zelfs meer warmte energie dan de verbranding van hout.

Zoutwinning

In het Vroeg-Holoceen overspoelde de zee regelmatig het Nederlandse kustgebied en achter de duinen ontstonden grote moerasgebieden. Als de zee opnieuw doordrong met overstromingen tot achter deze zeeduinen, bleef een gedeelte van het zout achter in het veen, waardoor het veen doordrenkt raakte met zout. De Romeinen ontdekten dat gedroogd veen brandbaar was en verbrande turf zout achterliet. Het zout in de as kon na zuivering gebruikt worden voor consumptie of gebruikt worden om te conserveren of voor het pekelen van vlees. Vanaf de middeleeuwen groeide deze zoutwinning uit tot een bloeiende industrie, voornamelijk in Zeeland en West-Brabant.

Successie: van veen naar heide en moerasgrassen tot bos

Veengronden die ontwatert werden of afgegraven voor de winning van turf, werden algauw overgroeid door struiken en bomen als eiken, berken, elzen, hazelaars. Soms werden deze gronden beplant met productie bossen. Kenmerkend voor deze bossen zijn de vele vennen.

Turf wordt bijna niet mee in Nederland gewonnen

Turf werd in Nederland al gebruikt door Romeinen rond het jaar 20 n. Chr. en zelf tot 1950 werd er nog steeds actief turf gestoken als brandstof voor de kachel en industrie. Na 1950 was de turfwinning niet langer nodig voor de levering van brandstof, daar olie en gas het overgenomen hadden. Ook raakte het turf in Nederland langzaam op en werd het voor 1950 ook al geïmporteerd uit België, Duitsland, Frankrijk en Polen. Nu wordt geïmporteerde turf nog wel veel gebruikt voor de verrijking van potgrond en het maken van actief kool.

Turf gebruik in de tuin

Sommige planten houden van kalkrijke klei gronden en sommige meer van zure gronden, zoals bosgrond met veel naalden en humus. Deze planten, struiken of bomen die van zure grond houden, groeien ook op veengronden. Deze zuur minnende soorten hebben het voordeel dat ze minder concurrentie hebben van planten die alleen op kalkrijke gronden groeien (zoals klaver) en hebben zich met genetische eigenschappen aangepast aan de zure bodemomstandigheden. Deze zuur minnende soorten, zijn dan ook geschikt om onder zure bodem omstandigheden, voedingselementen optimaal op te nemen. Zet je heide of rododendrons dan ook niet in klei grond of in zandgrond, tenzij je er een flinke hoeveelheid turfmolm bij de wortels is aangebracht. Op deze niet zure gronden, moeten deze planten of struiken om het jaar turfmolm toegediend krijgen. Andere zuur minnende planten zijn azalea, blauwe hortensia, skimmia, camellia, pieris, brem etc. Ook moet er op gelet worden dat de grond niet te nat is of de grond voldoende goed doorlatende is. Veengronden en zand zijn in het algemeen zuurder (pH van 4,5 tot 5,6) dan kleigronden (pH hoger dan 6,7). Bij te veel kalk of een te hoge pH, boven de 5,5, kunnen de zuur minnende planten niet voldoende voedingstoffen (mineralen) opnemen en zullen de bladeren licht groen tot geel kleuren. Dit zou een teken kunnen zijn dat de planten te weinig turf of potgrond hebben, maar het kan ook betekenen dat ze te nat staan

Regenwormen verrichten nuttig bodemwerk

Guido Sparreboom

Ziekenhuistuin Amphia wordt binnenkort groener met bomen

Guido Sparreboom

Bodemleven zorgt voor vruchtbare grond

Guido Sparreboom

We gebruiken functionele en analytische cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren. Gaat u hiermee akkoord? Ja, ik ga akkoord Details