Duurzaam

Nederland grootste doorvoerhaven van illegale soja, mais en palmolie

mais
Ontbossing

Bijna de helft van de oorspronkelijke bossen op aarde is verdwenen om plaats te maken voor landbouw, bosbouw, plantages, veeteelt, cultuur en het verbouwen van gewassen als soja of mais. Door toedoen van natuurbeschermers is 10% van het overgebleven bos nu beschermd. Elk jaar verdwijnt er bijna 8 miljoen hectare natuurlijk bos. Dat is ruim twee keer Nederland. Een van de grootste veroorzakers zijn de oliepalmplantages.

Het illegaal kappen

De helft van de ontbossing wordt veroorzaakt door het illegaal kappen van regenwouden of ‘oerbossen’, voor commerciële landbouw of de oliepalmplantages. Naast de ontbossing worden er veel kleinschalige grondbezitters en inheemse bevolkingsgroepen verjaagd van hun grondgebied waar ze al vele generaties wonen. Dit gebeurt vanwege de legale en illegale houtkap en om plaats te maken voor commerciële producten als maïs, soja, palmolie en vleesrunderen. Hier zouden we niet aan mee moeten werken, maar Nederland en Europa stimuleren juist alleen maar de illegale houtkap door het importeren van illegale producten als palmolie, soja, maïs, vlees en leer die verkregen zijn van landen als Brazilië, Indonesië en Maleisië.

Ook Europese Unie is niet rechtvaardig

Ook de Europese Unie is medeverantwoordelijk voor wat er zich aan de andere kant van de wereld afspeelt en zou niet langer de niet duurzame producten of de niet te rechtvaardigen producten, als soja en palmolie, moeten invoeren. Zo wordt nu al 18% van de palmolie, 25% van alle soja, 15% van het rundvlees en 30% van het leer geïmporteerd van grond waar illegaal regenwoud op is gekapt. Dit betekent nog meer smog, meer opwarming van de aarde, nog meer vernietiging van regenwoud en nog meer dier- en plantensoorten die uitsterven.

Palmolie

Al eerder hebben we een aantal blogs geschreven over het feit dat Nederland veel genetische maïs of soja uit Brazilië importeert voor veevoer. Ook dat hierdoor regenwoud verloren gaat en het milieu wordt aangetast door pesticiden als Roundup. In deze blog gaan we het hebben over grootschalige palmolie plantages waarvoor veel regenwoud verloren gaat.

Palmolie

Palmolie is wereldwijd de meest gebruikte plantaardige olie, die vooral wordt gebruikt voor bewerkte voedsel producten die in de supermarkt te krijgen zijn. Dit kunnen bewerkte producten zijn zoals koekjes (Oreo’s), chocolade, zeep, cosmetica, bakolie etc. Palmolie is goedkoper dan de meeste plantaardige oliën en is goed voor een derde van de wereldwijde consumptie. Palmolie wordt ook gebruik voor biodiesel in grote delen van de Europa. Het wordt bijgemengd (1:10) bij de echte diesel omdat het beter zou zijn voor het milieu. Al snel bleek dat het 3 keer meer Co2 veroorzaakte dan gewone diesel en er meestal voor wordt gekozen de goedkopere palmolie er bij te mengen. Na protesten is er in Europa besloten om vanaf 2020 het percentage palmolie in brandstof niet verder te laten groeien en er mag steeds minder palmolie worden bijgemengd. Uiteindelijk wordt in 2030 geheel gestopt met biodiesel.

Waar komt onze palmolie vandaan?

De oliepalm komt oorspronkelijk uit West-Afrika en oliepalmplantages komen op Gabon na niet voor in Afrika. Bijna de gehele productie is in Azië en maar liefst 85% van de palmolie komt uit Indonesië en Maleisië. De oliepalm vruchten groeien in trossen boven aan de stam waar de bladeren beginnen. Eén oliepalm levert in de 20 jaar dat hij productief is, zo’n 4000 liter olie! Wanneer de palmvrucht rijp is, worden de trossen met vruchten geoogst door ze handmatig met een kapmes te verwijderen. In de fabriek worden ze vervolgens gestoomd en geperst, waardoor de olie vrij komt en wordt opgevangen. Door een zuiveringsproces ontstaat er uiteindelijk eetbare olie, dat in allerlei producten kan worden verwerkt.

De oliepalm is een effectieve voedingsbron

De palmolie is dan ook een hele effectieve voedingsbron gebleken, omdat er minder land nodig is dan bijvoorbeeld olie van soja of lijnzaad. Ook kan de oliepalm groeien op gronden die goedkoop zijn, omdat ze minder geschikt zijn voor andere gewassen en ze hebben daarnaast weinig onderhoud nodig. Door de goedkope arbeidskrachten is de kwalitatief goede olie goedkoper en beter dan olie van andere gewassen. Palmolie staat er echter wel om bekend dat het een transvet is, dat slecht is voor hart- en bloedvaten en een dikmaker bovendien

De grote vraag naar palmolie

Door de grote vraag naar deze goedkope plantaardige olie, blijven de olieplantages zich nog steeds verder uitbreiden. Ook de laatste ongeschonden en onbeschermde regenwouden op Borneo of Sumatra maken kans om gekapt te worden om plaats te maken voor palmolie plantages. Palmolie plantages hebben er al voor gezorgd dat 50% van Borneo ontbost is. Tussen 2000 en 2015 zijn daardoor naar schatting 150.000 orang-oetans doodgegaan bij gebrek aan voedsel of leefgebied. Hiermee zijn natuurlijk vele andere dier- en plantensoorten verdwenen en zelfs het leefgebied van de plaatselijke bevolking is weg. Zo zijn complete inheemse dorpen verdwenen en werden de inwoners gedwongen om als ‘slaaf’ of goedkope arbeidskracht te werken op de oliepalmplantages of te verhuizen zonder enige vorm van compensatie.

Oorzaak en gevolg

Doordat onze woudreuzen verdwijnen, verdwijnt ook de diversiteit van planten en dierensoorten en wordt het gehele ecosysteem geschonden. Wij als mens zijn ook van deze woudreuzen afhankelijk, omdat er veel Co2 in het hout wordt vastgehouden en deze bomen de opwarming van de aarde helpen tegen te gaan. Ook de koelte en vocht van de bladeren van de bomen, maakt dat het eerder regent en het klimaat stabiel, koel en vochtig blijft. Het groen of blad levert ook nog zuurstof waarvan we ook afhankelijk zijn en we vernietigen zo niet alleen de natuur, maar ook onze levensbron. Dit staat in geen verhouding met wat de oliepalmen daar voor terug geven. Daarnaast zijn we niet afhankelijk van palmolie, omdat we ook andere plantaardige olie kunnen gebruiken zoals zonnebloemolie of lijnzaadolie. Momenteel vindt er een kleine verschuiving plaats naar Gabon in Afrika. Ook hier wordt opnieuw ongeschonden regenwoud gekapt voor palmolie plantages. Wel op een meer duurzame manier, maar het gevaar voor een niet duurzame werkwijze is aanwezig door de grote vraag naar palmolie.

Natuurbescherming

Ook het Wereld Natuurfonds ( WNF) heeft er voor gezorgd dat er gelukkig nog natuurgebieden zijn die bekend staan om hun grote diversiteit. Er is mede door het WNF een keurmerk afgegeven voor palmolie, dat er zorg voor moet dragen dat er geen nieuwe ‘oerbossen ‘ worden gekapt. Het keurmerk staat voor de afspraken die er zijn gemaakt met producenten en afnemers. Het keurmerk RSPO ofwel ‘Roundtabel and Sustainable Palm Oil’ moet er ook zorg voor dragen dat de plaatselijke inheemse bevolking niet wordt verdreven en dat er geen kinderarbeid met het winnen van palmolie gepaard gaat. Het RSPO zou voor duurzaamheid moeten staan en voedsel en waterbronnen ook niet mogen vervuilen van de inheemse bevolking. Inmiddels is 1/5 van alle palmolie voorzien van een RSPO-Keurmerk. Zo zijn multinationals als Nestle en Unilever bezig om over te gaan naar de meer verantwoorde palmolie. Natuurlijk is er nog een lange weg te gaan en is dit keurmerk nog niet voldoende om het kappen van regenwouden tegen te gaan. Gelukkig is het RSPO-Keurmerk niet de enige positieve ontwikkeling en maken een tal van natuurorganisaties zich sterk om gebieden met natuur te beschermen en worden er ook bomen aangeplant. Zo is het aantal beschermde natuurgebieden op Sabah toegenomen van 12% naar 26%.

Wat kunnen we doen?

Mogelijk kunnen we veel producten laten en proberen bewerkte producten niet te kopen zodra hier palmolie in verwerkt is. Ook helpt het zeker minder of geen vlees te consumeren. Momenteel zijn er een tal van natuurbeschermingsorganisaties die zonder donaties niet kunnen functioneren en naast geld kan je met een handtekening zetten onder de acties die zij voeren tegen de palmolie industrie al een hoop bereiken. Het gaat tenslotte al lang niet meer alleen om bedreigde diersoorten als de orang-oetan, olifant, de neushoorn en diersoorten als de tijger alleen, het is onze ‘bron van het leven’ waar we nog heel zuinig op moeten zijn, omdat het voortbestaan van onze soort ook in het geding is.

Door: Guido Sparreboom
Beeld: Wesley van der Linde

Reageer