Groen Nieuws
Image default

Woningnood is van alle tijden

Deze blog gaat over de woningnood van nu maar ook van die in het verleden. Nu is zijn er te weinig woningen omdat tijdens de crisis veel bouwbedrijven over de kop zijn gegaan en veel bouwvakkers of scholieren een andere richting op zijn gegaan. Ook spelen andere zaken mee als de vergrijzing, lage rentes en toename van het aantal mensen in de steden etc. Ook is het meeste werk bijna altijd in en om de grote steden te vinden en ook winkels en scholen.

De opmars naar de steden over de eeuwen heen

De opmars naar de grote steden is een ontwikkeling van over de eeuwen heen in heel Europa en zelfs in heel de wereld. Zo krijgt anno 2019 ieder gezin die naar het bergdorp Lucana toeverhuisd  zelfs 9000 euro van de gemeente in Piëmont in Italië. Natuurlijk zitten er wel wat voorwaarden aan vast, maar de gemeente is blij dat de dorp niet verandert in een spookdorp waar de woningen doordat er geen onderhoud meer wordt gepleegd in elkaar storten. Dit voorbeeld geeft wel de noodtoestand van veel Italiaanse dorpen aan, die grootschalig leeg stromen doordat jonge mensen vertrekken naar de grote steden. Deze dorpjes zijn te vinden in veel regio’s van Italië, zoals Sicilië, Sardinië en zelfs Toscane. Het gaat hier om dorpjes die te ver afliggen van de steden. Ook hier verwelkomen ze de nieuwe bewoners, door soms geld toe te geven of huizen gratis aan te bieden. Zo zijn er in de afgelopen 30 jaar bij zeker 3000 gemeenten een zelfde leegloop geconstateerd en zijn nu 150 dorpen met minder dan 150 inwoners. Verder zijn er huizen voor lachwekkende bedragen te koop. In Nederland zou dat onmogelijk zijn, omdat we nu eenmaal in en overbevolkt land leven. Daarbij neemt onze bevolking nog steeds toe (met zo’n 100.000 mensen per jaar), wat veroorzaakt wordt door de immigratie: de autochtone bevolking wordt juist kleiner. Nu telt Nederland 17,2 miljoen inwoners en Groningen is de enige provincie met echte krimp. Hier hebben 15 van de 23 gemeenten meer vertrekkers dan nieuwkomers. De dorpen lopen leeg, omdat jongeren in de steden studeren en blijven wonen, maar ook omdat daar meer werk is en er meer scholen, winkels, werk, restaurants, postkantoren etc. aanwezig zijn. Kortom: meer werk en ook meer ‘leven in de brouwerij’.

Nederland heeft ook een geschiedenis met een toestroom naar de steden

Ongeveer 100.000 jaar terug waren alle mensen op de wereld jager-verzamelaars en leefden als nomaden, ofwel als mensen die geen vaste woon-of verblijfplaats hadden en rondtrokken met paarden, vee en met hun schamelen bezittingen. Hierna gingen ze zich steeds vaker en langer vestigen op plekken waar ze  leerden te overleven van landbouwgewassen als graan. Rond 12.000 jaar terug ontstonden de eerste dorpjes bij de rivieren in Irak. Nomaden vestigden zich hier permanent doordat ze konden leven van de landbouw en hun veestapel op deze plek.

De landbouwrevolutie

Deze verandering waarbij nomaden veranderden in boeren, wordt ook wel de landbouwrevolutie genoemd. De landbouwrevolutie verspreidde zich over andere landen en veel nieuwe boeren (zonen) trokken weg naar de meest vruchtbare gebieden, waar ook voldoende water voorradig was, zoals bij de Nijl in Egypte. Omdat de boeren niet zoals de nomaden rondtrokken, kregen de boeren meer bezit. Ze gingen huizen bouwen en goederen en voedsel bewaren. Zo leerden ze hun oogsten te bewaren door ze op te slaan in zelfgebakken potten van aardewerk en werd het vee dichtbij gehouden door schuren of afzettingen van natuursteen of houtwallen met doorn of stekelbosjes.

Boeren in Nederland

Rond 5000 v.C. vestigden zich ook boeren in Nederland die langs de grote rivieren woonden (Nijmegen). Ze leefden deels nog wel van de jacht en visserij, maar leefden voornamelijk van de opbrengsten van hun akkers en vee.

Van boer naar stadsmens

De steden in de late Middeleeuwen maakten een nieuwe manier van leven mogelijk. De arme boeren of loonwerkers trokken naar de stad en kregen werk als ambachtslieden. De stedelingen kregen via de kerk ook scholing en de meer welgestelden werkten in de handel. De stadsbevolking leefde onafhankelijk van een landheer en was hierdoor vrijer dan een boer op het platteland. De steden kregen een eigen bestuur en rechtspraak. De adel zag de vrijheid van mensen in de steden met lede ogen aan en gingen als tegen maatregel belasting heffen met handelsposten rondom de steden.

Landverhuizing 19e en 20e eeuw naar de grote steden

De toestroom van mensen van het platteland naar de steden is ook iets van de laatste eeuwen en is wereldwijd nog steeds aan de gang. Steden als Mexico, Jakarta, Calcutta, Rio de Janeiro etc. hebben daar nog steeds te maken. Deze toestroom naar de stad is veroorzaakt door armoede en werkeloosheid, maar ook omdat grootgrondbezitters in Zuid-Amerika de grond van de kleine boeren opkochten of het hem onmogelijk maken om op kleine schaal verder te boeren.

Emigratie is van alle tijden

De toestroom naar de steden, maar ook naar andere landen is iets van de laatste honderd jaar. In de negentiende eeuw nam ook de emigratie naar de Verenigde Staten toe vanwege religieuze redenen (vrijheid van godsdienst), omdat daar meer werk was door modernere industrie, door het delven van grondstoffen en land natuurlijk land in overvloed voor nieuw te vestigen boeren. Nederland veranderde door zijn havens en passagiersschepen van een immigratie- naar een emigratieland. Van 1840 tot 1870 emigreerden bijna 35.000 Nederlanders naar de Verenigde Staten met stoomschepen. Veel van deze emigranten van Europa bleven wonen in steden als New York, waar voldoende werk te vinden was of trokken met huifkarren naar Calefornia om goud te vinden. De toestoom van emigranten zorgde er al snel voor dat er, ook in deze tijd, een ruimtegebrek ontstond in de steden. De oplossing hadden ze in New York als eerste uitgevonden door steeds hoger te bouwen. Zo ontstonden de eerste wolkenkrabbers. De eerste wolkenkrabber had slechts een hoogte van 42 meter (Home Insurance Building) en stond in Chigago. In 1898 werd dit voorbeeld van Amerika nagebouwd en was in Rotterdam het Het Witte Huis met zijn 43 meter hoogte, het hoogste (kantoor-)gebouw van Europa. Het was in die tijd een zeer modern gebouw met als meest opzienbarende attractie: een lift. Het Wittehuis is op kleigrond gebouwd, waardoor het noodzakelijk was om  1000 heipalen voor de fundering in de grond te heien. Het monumentale witte gebouw heeft als een van de weinige gebouwen in Rotterdam centrum de bombardementen van de 2e wereldoorlog doorstaan en is nog steeds te zien bij de Oudehaven.

Revolutiebouw vanaf 1870

Vanaf 1870 kwam de zo noodzakelijke, grootschalige woningbouw op gang en het waren vooral woningbouw projecten die geld op moesten leveren voor banken en speculanten. Vooral in steden als Amsterdam en Rotterdam ging men de nieuwbouw algauw revolutiebouw noemen, omdat het aantal nieuw gebouwde woningen revolutionair groot was. De banken begonnen met het verstrekken van krediethypotheken, waardoor veel mensen de nieuwbouw toch konden betalen. De kwaliteit van deze woningen was ronduit slecht, omdat winst belangrijker was en de bouwmaterialen of huizen constructie zo goedkoop mogelijk werden gehouden. Deze huizen kregen daarom snel de naam: krottenwoningen, omdat ze niet geïsoleerd, vochtig en zelfs gevaarlijk en waren. Om de burger te beschermen werden ook vervolgens de regelgeving en wetgeving voor woningbouw ingesteld. Het kwam namelijk zelfs voor dat woningen al instortten voordat ze afgebouwd waren.

Krotwoningen na 2e helft van de 19e eeuw

Na de tweede helft van de 19de eeuw kwam de industrialisatie in Nederland pas echt op gang. De werkgelegenheid en de salarissen lagen hoger en daarom trokken opnieuw veel mensen van het platteland weg naar de steden. Door deze toestroom onstond er een groot tekort aan woningen en banen. De arbeiders in Nederland leefden tot voor de oorlog vaak onder erbarmelijke omstandigheden. Door de woningnood waren de huren hoog en de arbeiders leefden vaak met grote gezinnen in een te kleine huisvesting. In de binnensteden stonden de meeste kantoorgebouwen in het centrum van de stad en niet zelden werden arbeiderswoningen in het centrum gesloopt om nog meer plaats te maken voor nog meer kantoorgebouwen, waardoor de woningnood alleen maar verder toenam.

Veel armoede en werkeloosheid

De jaren 1929-1940 worden meestal aangeduid als ‘de crisisjaren’ of als ‘de grote depressie’: een lange periode van krimp in de economie. Van elke vier Nederlandse arbeiders was er één langer dan een jaar werkloos. Veel huishoudens van arbeiders leefden in armoede en er was veel drankmisbruik.

Economische groei na de 2e wereldoorlog

In de oorlog zijn veel woningen verwoest en kort na de 2e wereldoorlog was er dan ook een groot tekort aan woningen. Men begon dan ook in Nederland kort na de oorlog met de wederopbouw. In 1948 verklaart minister van Wederopbouw In ’t Veld, de woningnood in Nederland officieel tot volksvijand nummer 1. Dit leidde echter niet tot heel veel nieuwbouw projecten. De oorlogsschade aan huizen was groot, maar ook de schade aan fabrieken. De Nederlandse overheid probeerde eerst toch de werkgelegenheid op gang te helpen en herstelde eerst zoveel mogelijk beschadigde fabrieken, bedrijven en infrastructuur. Het gevolg was dat de economie snel aantrok, maar de woningbouw achterbleef.

Babyboomers

De babyboomers zijn de mensen die na 1945 tot 1953 zijn geboren. Voor de oorlog was er sprake van een hoge werkeloosheid, maar waren de gezinnen groot. Het aantal kinderen nam tijdens de oorlog af. Tijdens de oorlog was er een groot tekort aan voedsel en veel mannen moesten werken in werkkampen of fabrieken voor de Duitsers. Overal was een tekort aan, maar dit veranderden tijdens de wederopbouw. Door het tekort werd iedereen aan het werk gezet en de economie draaide algauw op volle toeren. Na lange tijd van onzekerheid en armoede was er weer hoop. Veel echtparen en ook gezinnen hadden in de oorlog uit armoede en angst voor wat komen gaat, gewacht met het nemen van kinderen of uitbreiding van het gezin. Veel mensen zagen deze nieuwe welvaart ook als een bevrijding van de armoede waarin ze hadden geleefd. In combi met de euforie over de bevrijding van 1945, leidde dit ertoe dat velen aan gezinsuitbreiding deden of een gezin stichtten. Een gevolg hiervan was dat de jaren na de oorlog het aantal geboortes explosief opliep en tot 1953 was er spraken van een babyboom. Het aantal kinderen dat in de jaren daarna werd geboren nam ook al snel weer af, maar tot ongeveer 1968 bleven er toch veel kinderen komen. De babyboom oftewel de explosie van geboortes van na 1945 tot 1953 zorgde dat de woningnood van na de oorlog alleen maar groter werd.

Opnieuw woningnood

De babyboom had als gevolg dat in de jaren ’60 de woningnood groter was dan ooit tevoren. Hele gezinnen moesten noodgedwongen inwonen bij familie, maar ook in krotten of in woonwagens. De overheid kon het probleem maar niet op te lossen en het aantal nieuwbouw woningen bleef achter. Nederland voerde een geleide loonpolitiek: de lonen werden kunstmatig laag gehouden om de prijs van export laag te houden. De huren bleven hierdoor ook laag en werden door de overheid zwaar gesubsidieerd om het tekort te compenseren. Door de huurbevriezing die was ingesteld om de lonen laag te kunnen houden ontstond opnieuw verkrotting. Voor particuliere woningverhuurders was het hierdoor niet aantrekkelijk om hun woningen te onderhouden of te investeren in nieuwbouw. Veel mensen woonden met hun gezin in veel te kleine woningen en niet zelden bij hun ouders. Verder hadden de huizen het hoogst noodzakelijke zoals water, toilet en elektriciteit. Een douche was er vaak niet en ook geen warm water. Er waren badhuizen waar buurbewoners om de week om beurten konden baden. De huizen waren gehorig, slecht geïsoleerd en verwarmd met kolen. Later werden de kolen vervangen door petroleum voor de kachel, waardoor mensen hun primitieve woning konden verwarmen.

30 april 1980: Geen woning geen kroning!

Veel ouderen weten deze dag van rellen en krakers goed te herinneren en mogelijk hebben ze er zelf nog aan mee gedaan. Op 30 april 1980 bij de troonopvolging van Beatrix, was het in Amsterdam niet een groot oranje feest, maar het toneel van de grootste ordeverstoring in de Nederlandse geschiedenis. Onder de leus ‘Geen woning, geen kroning!’ gingen krakers en al dan niet radicale jongeren de straat op te protesteren tegen de woningnood. De radicalen jongeren (mogelijk aangewakkerd door de hoge jeugd werkeloosheid) kwamen om de inhuldiging te verstoren en maakten gebruik van de algehele chaos die er heerste.

Woningmarkt 2019

Tot vandaag de dag zijn lijkt de woningnood sterk verminderd en de mensen met een laag inkomen kunnen huren via de sociale woningbouw. Veel gezinnen hebben gelukkig een woning en daarbij de nodige luxe. De woningmarkt bestaat momenteel voor 60 procent uit koophuizen, 31 procent is sociale huur en slechts 9 procent van het aantal huizen is beschikbaar in de vrije huursector. Dat is veel te weinig voor de almaar groeiende vraag waarmee met name (afgestudeerden) jongeren mee te maken krijgen. De prijzen van koopwoningen zijn te hoog en het aanbod van huur woningen te klein. De toename van immigranten, jongeren die ook vaak in de stad willen blijven wonen en de vergrijzing maken dat er opnieuw een tekort is aan betaalbare huurwoningen. Ook is dit nog steeds een gevolg door de toeloop van (afgestudeerde) jongeren uit dorpen naar de steden, die in de steden willen blijven wonen. Dat betekent woningnood in de steden en dat veel kleinere gemeentes juist krimpen en vergrijzen. De oorzaak van de woningnood heeft er ook mee te maken dat de universiteiten en hoge scholen in de steden liggen en jongeren die gewend raken aan de bruisende stad daar ook willen blijven wonen. Opnieuw wordt hierdoor het leven in dorpen of het platteland ingeruild, maar nu niet gedreven uit armoede, juist uit luxe.

Woningnood 2019

Het woningtekort in Nederland is in 2019 alarmerend hoog en het tekort zal de komende jaren ook zeker aanhouden. Het tekort ligt nu op 263.000 woningen en dat getal wordt alleen maar groter. Ook is er met name een tekort aan sociale huurwoningen en aan woningen in de zogenaamde ‘middenhuur’. Het gevolg is dat de prijzen van koopwoningen in steden enorm hoog zijn en zorgen ervoor dat de huren die daaraan gekoppeld zitten ook te hoog zijn. Ook worden de laatste groenstroken in steden volgebouwd met huizen, wat tenkosten gaat van de laatste speelplekken voor kinderen of sport of wandelplekken voor volwassenen. De infrastructuur is al een puinhoop en filevorming is tegenwoordig heel normaal aan het worden in Nederland. Mogelijk moet de regering een oprotpremie gaan uitdelen voor Nederlanders en moeten Nederlanders en nieuwe immigranten zich maar gaan vestigen in Italië of elders in Nederland slipt helemaal dicht!

Koopwoningen

Denk nu niet dat alles opgelost is als iedereen een huis koopt. Helaas, dat is met de nerveus opgedreven prijzen door banken, speculanten. Het is onmogelijk voor heel veel jongeren en tegens ook voor ouderen om deze te kopen. In1989 werd de term ‘scheefwonen’ bedacht voor mensen die in een sociale huurwoning wonen, maar eigenlijk te veel verdienen, maar hoe zouden deze scheefwoners in deze tijden een huis moeten kopen? Als je net de huur kunt betalen? Er zijn gewoon niet genoeg betaalbare woningen voor starters of herstarters. De markt is verziekt en  we zitten op een zelfde klap te wachten als in 2008. die er onherroepelijk weer aankomt en de crisis zal opnieuw weer veel slachtoffers maken onder de starters en mensen met een te hoge hypotheek.

Een voorbeeld nemen aan Duitsland zou een oplossing kunnen bieden voor de problemen in Nederland. De huursector voor private woningen is hier veel groter, doordat koopwoningen relatief weinig door de overheid met belastingvoordelen zijn bevoordeeld of gesubsidieerd. Er zijn hierdoor veel meer huizen beschikbaar en woningnood is hier een veel kleiner probleem. Lees ook artikel: Sloop van woonblokken de Peutz-flats in Breda.

Door: Guido Sparreboom
Beeld: Wesley van der Linde

Duurzaam wonen: zonnepanelen op een rieten dak?

Guido Sparreboom

Duurzaam en sociaal samenwonen zelfbouw-wooncoöperatie

Wesley van der Linde

Lelijkste gebouw van Breda wordt verbouwd

Wesley van der Linde

We gebruiken functionele en analytische cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren. Gaat u hiermee akkoord? Ja, ik ga akkoord Details